Abrahams Zaad: Nu en voor altijd?


Door: Sjouke van der naalt

Kunnen de woorden, "Vaders", "Abraham", "Izaäk", "Jakob", en "Israël" in het Nieuwe Testament vergeestelijkt worden? Gebaseerd op het gelijknamige boekje van Arnold Kennedy en met toestemming bewerkt voor "The Fall and Rise of Abraham's Kin" door Adam de Witt. Mijn verontschuldigingen aan Arnold Kennedy mochten bewerkte delen hem onwelgevallig zijn, hoewel alle zorgvuldigheid in acht is genomen om geen andere veranderingen aan te brengen dan om zijn boekje goed te laten passen in het formaat van mijn geschrift. (Cursief gedrukte tekst door Adam de Witt)

De populaire opvatting is dat de namen Abraham, Izaäk, Jakob en Israël nu een geestelijke betekenis hebben in hun toepassing, omdat de beloften gedaan aan deze "vaderen" nu bedoeld zijn om van toepassing te zijn op diegenen van elk ras die "Jezus aannemen" of "wedergeboren" zijn in de populaire maar verkeerde taal. Deze van elk ras zijn bedoeld om "De Kerk" te zijn als een nieuwe identiteit.

Pas als we een lijst maken van alle 150 nieuwtestamentische verzen met de woorden, "Vaders", "Abraham", "Izaäk", "Jakob" en "Israël", kunnen we zien dat deze allemaal gebruikt worden in de historische toepassing. We moeten ons afvragen waarom ze niet allemaal algemeen aanvaard zijn op de manier waarop het Nieuwe Testament ze gebruikt. Er zijn slechts 19 verzen waarvan ook maar in de verte kan worden aangenomen dat zij alleen een geestelijke betekenis hebben, of dat zij de toepassing uitbreiden tot buiten Israël. Hoe zou één van die 19 verzen de 131 andere kunnen overstemmen, en toch is dat wat de kerken proberen te doen. In de lijst die volgt, zijn deze 19 verzen afgedrukt met een sterretje * om ze snel te kunnen vinden. Het antwoord op elk van deze 19 verzen wordt beantwoord in het boek, "The Exclusivenis of Israel". (verkrijgbaar bij CIM). Het is aan te bevelen dat de lezer deze lijst helemaal doorleest, omdat er een groot aantal punten zijn die de populaire universele evangelistische manier waarop sommige van deze 19 verzen worden geïnterpreteerd en toegepast, ontkennen. Bijvoorbeeld, wanneer we lezen hoe "de belofte die aan de vaderen gedaan is, heeft God ook aan ons, hun kinderen, vervuld", waar 'kinderen' nakomelingen betekent, vraag jezelf dan af hoe dit iedereen behalve nakomelingen van Israël, als die kinderen zou kunnen omvatten. Er is een enorm gewicht aan bewijs door de Bijbel heen tegen de populaire acceptatie. De hele 150 verzen laten zien dat Israël, als volk, nog steeds zeer exclusief (Heilig) is in de ogen van de Heer. Er is geen plaats voor vermenging of voor het naast elkaar bestaan van een "geestelijk Israël" en een "natuurlijk" Israël. Onze onveranderlijke God kan niet veranderd zijn sinds de tijd dat Hij zei: "De Here, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob, heeft Mij tot u (de kinderen Israëls) gezonden, dit is mijn naam voor altijd..." Exodus 3:15 We zien dat dit doorwerkt in het Nieuwe Testament, b.v. "Ik ben de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob...." Mattheüs 22:32
'
Laten we dus alle verzen van het Nieuwe Testament met de woorden, "Vaders", "Abraham", "Izaäk", "Jakob" en "Israël" daarin eens doornemen om te zien of er werkelijk iets veranderd is in het Nieuwe Testament. Beslis dan zelf maar! De kritische woorden zijn vet gedrukt, zodat ze niet gemist kunnen worden. Denk na over de implicaties van wat de vetgedrukte woorden betekenen terwijl je leest.

VERZEN UIT HET NIEUWE TESTAMENT MET "VADERS" ERIN [D.W.Z. BROEDERS VAN ISRAËL] - (ALLE KJV VERWIJZINGEN).

Lukas 1:17 En Hij zal voor Zijn aangezicht heengaan in de geest en de kracht van Elias, om de harten der vaderen te bekeren tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de wijsheid der rechtvaardigen; om een volk gereed te maken, dat voor de Here bereid is.

Lukas 1:55 Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham, en tot zijn zaad in eeuwigheid.

Lukas 1:72 Om de barmhartigheid (goedertierenheid) uit te voeren, die aan onze vaderen beloofd is, en om Zijn heilig verbond te gedenken;

Lukas 6:26 Wee u, wanneer alle mensen goed van u zullen spreken! Want zo deden hun vaderen met de valse profeten.

Johannes 6:31 Onze vaderen hebben manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven staat: Hij gaf hun brood uit den hemel te eten.

Johannes 6:49 Uw vaderen hebben manna gegeten in de woestijn, en zijn dood. Johannes 7:22 Mozes dan heeft u de besnijdenis gegeven; (niet omdat het van Mozes is, maar van de vaderen;) en gij besnijdt op de sabbatdag een man.

Handelingen 3:13 De God van Abraham, en van Izak, en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft Zijn Zoon Jezus verheerlijkt; Dien gij overgeleverd hebt, en Hem verloochend hebt in de tegenwoordigheid van Pilatus, toen deze vastbesloten was, {hij} te laten gaan.

Handelingen 3:22 Want Mozes heeft waarlijk tot de vaderen gezegd: De Here, uw God, zal u een profeet uit uw broederen verwekken, gelijk aan mij; naar hem zult gij horen in alles, wat hij tot u zeggen zal.

Handelingen 3:25 Gij zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen gesloten heeft,

Handelingen 5:30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, dien gij gedood en aan een boom gehangen hebt.
Handelingen 7:15 Alzo ging Jakob in Egypte neder, en stierf, hij, en onze vaderen,

Handelingen 7:19 Dezelve handelde op een subtiele wijze met onze verwanten, en deed kwaad aan onze vaderen, zodat zij hun jonge kinderen uitdreven, opdat zij niet zouden leven.

Handelingen 7:11 En er kwam gebrek over het ganse land van Egypte en Kanaän, en grote benauwdheid; en onze vaderen vonden geen levensonderhoud.

Handelingen 7:32 {Zeggende}: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abraham, en de God Izaak, en de God Jakobs. Toen beefde Mozes, en durfde niet te zien.

Handelingen 7:38 Deze is het, die in de gemeente in de woestijn was, met den engel, die tot hem sprak op den berg Sinaï, en {met} onze vaderen; die de levendige orakelen ontving, om ze ons te geven: Aan wie onze vaderen niet wilden gehoorzamen, maar {hij} van hen wegdreven, en in hun hart weer naar Egypte keerden.

Handelingen 7:44 Onze vaderen hadden de tabernakel der getuigenis in de woestijn, gelijk als Hij besloten had, sprekende tot Mozes, dat hij die maken zou naar de wijze, die hij gezien had.

Handelingen 7:51 Gij verstokten en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat steeds den Heiligen Geest; gelijk uw vaderen, alzo doet gij. Welke van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? En zij hebben hen gedood, die voor de komst van de Rechtvaardige getuigd hebben, van wie gij nu de verraders en moordenaars zijt geweest:

Handelingen 13:17 De God van dit volk Israëls heeft onze vaderen verkoren, en heeft het volk verhoogd, toen het als vreemdelingen in Egypteland woonde, en met een hoge arm heeft Hij hen daaruit gevoerd.

Handelingen 15:10 Waarom nu zoudt gij God verzoeken, om een juk op de hals der discipelen te leggen, dat noch onze vaderen, noch wij konden dragen?

Handelingen 22:1 Mannen, broeders en vaders, hoort naar mijn verdediging, die ik nu tot u richt.

Handelingen 22:2 (En toen zij hoorden, dat hij tot hen in de Hebreeuwse taal sprak, bleven zij des te meer stilstaan; en hij zeide:)

Handelingen 22:3 Voorwaar, ik ben een Judeeër, geboren te Tarsus, {een stad} in Cilicië, doch in deze stad opgevoed aan de voeten van Gamaliël, {en} onderwezen naar de volmaakte wijze der wet der vaderen, en ijverig geweest jegens God, gelijk gij allen heden zijt.

Handelingen 22:14 En hij zeide: De God onzer vaderen heeft u verkoren, opdat gij Zijn wil zoudt kennen, en die Rechtvaardige zien, en de stem Zijns monds zoudt horen.

Handelingen 24:14 Maar dit belijd ik u, dat ik naar de weg, die zij ketterij noemen, alzo de God mijner vaderen aanbid, gelovende al hetgeen geschreven is in de wet en in de profeten:

Handelingen 26:6 En nu sta ik en word geoordeeld om de hoop der belofte, door God aan onze vaderen gedaan:

Handelingen 28:17 En het geschiedde, dat Paulus na drie dagen de oversten der Judeeërs bijeenriep; en als zij samengekomen waren, zeide hij tot hen: Mannen en broeders, hoewel ik niets tegen het volk of de gebruiken onzer vaderen bedreven heb, nochtans ben ik pris oner van Jeruzalem in de handen der Romeinen overgeleverd.

Handelingen 28:25 En toen zij het onder elkander niet eens werden, vertrokken zij, nadat Paulus één woord gesproken had: Wel sprak de Heilige Geest door Ezaïas, de profeet, tot onze vaderen,

Rom. 9: 5 Wiens vaderen zijn, en uit welken Christus naar het vlees gekomen is, Die boven allen is, God gezegend in eeuwigheid. Amen.

Rom. 11:28 Aangaande het Evangelie zijn zij vijanden om uwentwil; maar wat de verkiezing betreft, zijn zij geliefden om der vaderen wil. Rom 15:8 Ik zeg nu, dat Jezus Christus een ambtsdrager der omtrek geweest is, om de waarheid Gods, om de beloften, die aan de vaderen gedaan zijn, te bevestigen:

1 Cor 10:1 Bovendien, broeders, ik wil niet, dat gij onwetend zijt,
dat al onze vaderen onder de wolken geweest zijn, en allen door de zee gegaan zijn;

Gal 1:14 En ik heb mij in den godsdienst der Joden boven velen, mijns gelijken, in mijn eigen volk, meer beijverig gemaakt, dan ik in de overleveringen mijner vaderen geweest ben.

Heb 1:1 God, Die te verschillende tijden en op verschillende wijzen tot de vaderen gesproken heeft door de profeten,

Heb 3:9 Toen uw vaderen mij verzocht hadden, beproefden zij mij, en zagen mijn werken voor veertig jaren.

Hebr. 8:9 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb, ten dage, toen Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb hen niet geacht, spreekt de Here.

1 Petr. 1:18 Want gij weet, dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals zilver en goud, vrijgekocht zijt, door uw ijdele gesprekken, die gij van uw vaderen van oudsher geleerd hebt;

2 Petr. 3:4 En zeggende: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, gaan alle dingen voort, zoals zij geweest zijn van het begin der schepping af.

DE VERZEN UIT HET NIEUWE TESTAMENT MET "ABRAHAM" ERIN

Matt 22:32 Ik ben de God van Abraham, en de God van Isaäk, en de God van Jakob? God is niet de God van de doden, maar van de levenden.

Lukas 1:55 Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham, en tot zijn zaad in eeuwigheid.

Lucas 1:73 De eed, die Hij gezworen heeft aan onze vader Abraham,

Lukas 3:34 Die was {de zoon} van Jakob, die was {de zoon} van Izak, die was {de zoon} van Abraham, die was {de zoon} van Thera, die was {de zoon} van Nachor,

Lukas 13:28 Er zal geween en tandengeknars zijn, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten, in de koninklijke koepel Gods, en gij zult uzelven uitgedreven zien.

Lukas 20:37 Dat nu de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes bij het braambos getoond, toen hij de Here noemde de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob.

Handelingen 3:13 De God van Abraham, en van Izak, en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft Zijn Zoon Jezus verheerlijkt; Die gij overgeleverd hebt, en Hem verloochend hebt in de tegenwoordigheid van Pilatus, toen deze vastbesloten was {hij} te laten gaan.

Handelingen 7:8 En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo verwekte {Abraham} Izaäk, en besneed hem op de achtste dag; en Izaäk {begon} Jakob, en Jakob de twaalf aartsvaders.

*Handelingen 13:26 Mannen en broeders, kinderen van Abrahams stam, en wie onder u God vrezen, (het 'wie onder u God vrezen' betekent niet dat zij geen Israëlieten zijn).

*Rom 4:1-3 Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, naar het vlees gevonden heeft? Want indien Abraham door werken gerechtvaardigd werd, zo heeft hij te roemen, maar niet voor God. Want wat zegt de Schrift? Abraham geloofde God, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. [Dit staat er niet op dat anderen die God geloven, Israëlieten worden.]

*Romeinen 4:9. Komt deze zegen dan alleen toe aan de besnijdenis, of ook aan de onbesnedenen? Want wij zeggen, dat het geloof Abraham tot gerechtigheid gerekend is. [De besnedenen zijn het huis van Juda en de onbesnedenen zijn het huis van Israël.]

Rom. 4:12 En de vader der besnijdenis aan hen, die niet alleen van de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen van het geloof onzes vaders Abraham, hetwelk hij had, toen hij nog onbesneden was.

Rom. 4:13 Want de belofte, dat hij erfgenaam der wereld zou zijn, was niet aan Abraham, noch aan zijn zaad, door de wet, maar door de gerechtigheid des geloofs.

*Rom 4:16 Daarom is zij uit het geloof, opdat zij uit genade zij; opdat de belofte zeker zij aan al het zaad, niet alleen aan degenen, die uit de wet zijn, maar ook aan degenen, die uit het geloof van Abraham zijn; die de vader van ons allen is, (d.w.z. van geheel Israël) ... ["Ons allen" betekent: ons aller Israëlieten].

Rom 9:7 En omdat zij het zaad van Abraham zijn, zijn zij niet allen kinderen; maar: In Izak zal uw zaad genoemd worden.

Rom 11:1 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? God verhoede het. Want ook ik ben een Israëliet, uit het zaad van Abraham, uit den stam van Benjamin.

2 Kor 11:22 Zijn zij Hebreeërs? Zo ben ik. Zijn zij Israëlieten? Zijn zij het zaad van Abraham? I.

*GAL 3:6-9 Gelijk Abraham God geloofde, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Weet dan, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn. En de Schrift, voorziende, dat God de heidenen door het geloof zou rechtvaardigen, predikte tevoren het evangelie aan Abraham, zeggende: In u zullen alle volken gezegend worden. Zo worden dan zij, die gelovig zijn, gezegend met de getrouwe Abraham. ['Gezegend worden' is reflectief, d.w.z. dat zij zichzelf zouden zegenen].

*Gal 3:14 Opdat de zegen van Abraham zou komen over de volken [of 'heidenen' betekent volk of naties van Israël. De vervaardigde betekenis is ongeldig] door Jezus Christus; opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.

*Gal 3:16 De beloften nu zijn aan Abraham en zijn zaad gedaan. Hij zegt niet: En aan zaad, als van velen, maar als van één: En aan uw zaad, dat Christus is [Hier is "Christus" een werkwoordelijk bijvoeglijk naamwoord en dus is het Abrahams zaad dat gezalfd wordt = "Christus"].

Gal 3:18 Want indien de erfenis uit de wet is, is zij niet meer uit de belofte; maar God heeft haar aan Abraham gegeven door de belofte.

Gal 4:22 Want er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had, de een bij een slavin, de ander bij een vrije vrouw.

Hebr. 2:16 Want waarlijk, Hij heeft niet de natuur der engelen op Zich genomen, maar het zaad van Abraham.

Heb 6:13 Want toen God aan Abraham belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand anders kon zweren,

Heb 7:1-6 Want deze Melchizedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham ontmoette, teruggekeerd van de slachting der koningen, en hem zegende; aan wie Abraham ook een tiende deel van alles gaf; eerst door uitlegging koning der gerechtigheid, en daarna ook koning van Salem, dat is, koning des vredes; zonder vader, zonder moeder, zonder afkomst, hebbende geen begin van dagen, noch einde des levens, maar gelijkvormig gemaakt aan de Zoon van God; blijft altijd priester. Bedenk nu, hoe groot deze man was, aan wie zelfs de aartsvader Abraham het tiende van de buit gaf. En voorwaar, zij die behoren tot de zonen van Levi, die het priesterambt ontvangen, hebben een gebod om tienden te nemen van het volk, naar de wet, dat wil zeggen van hun broeders, hoewel zij voortkomen uit de lendenen van Abraham: Maar hij, wiens afkomst niet van hen geteld is, ontving tienden van Abraham, en zegende hem, die de beloften had.

Hebr. 11:8 Door het geloof gehoorzaamde Abraham, toen hij geroepen werd om uit te gaan naar een plaats, die hij daarna tot een erfdeel zou ontvangen; en hij ging uit, niet wetende, waarheen hij ging.

Heb 11:17 Door het geloof offerde Abraham, als hij beproefd werd, Izaak; en die de beloften ontvangen had, offerde zijn eniggeboren zoon,

Jakobus 2:21 Was Abraham, onze vader, niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij zijn zoon Izaäk op het altaar offerde? Ziet gij, hoe het geloof met zijn werken werkte, en door de werken het geloof volmaakt werd? En de Schrift is vervuld, die zegt: Abraham geloofde God, en het werd hem tot gerechtigheid toegerekend; en hij werd de Vriend Gods genoemd.

1 Petr. 3:6 Gelijk Sara Abraham gehoorzaamd heeft, hem noemende heer; wiens dochteren gij zijt, zo lang gij goed doet, en niet vreest met enige verwondering.

VERZEN UIT HET NIEUWE TESTAMENT MET "ISAAC" ERIN

Matt 1:2 Abraham gewon Izaäk; en Izaäk gewon Jakob; en Jakob gewon Judas en zijn broederen;

Matt 22:32 Ik ben de God van Abraham, en de God van Izaäk, en de God van Jakob? God is niet de God van de doden, maar van de levenden.

Markus 12:26 En aangaande de doden, dat zij opstaan; hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God tot hem sprak in het braambos, zeggende: Ik ben de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob? Lukas 3:34 Welke was de zoon van Jakob, welke was de zoon van Izak, welke was de zoon van Abraham, welke was de zoon van Terah, welke was de zoon van Nachor,

Lukas 13:28 Er zal geween en tandengeknars zijn, wanneer gij Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten zult zien, in de koninklijke koepel Gods, en gij zult uzelven uitgedreven zien.

Lukas 20:37 Dat nu de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes bij het braambos getoond, toen hij de Here noemde de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob.

Handelingen 3:13 De God van Abraham, en van Izak, en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft Zijn Zoon Jezus verheerlijkt; Die gij overgeleverd hebt, en Hem verloochend hebt in de tegenwoordigheid van Pilatus, toen deze vastbesloten was {hij} te laten gaan.

Handelingen 7:8 En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo verwekte {Abraham} Izaäk, en besneed hem op de achtste dag; en Izaäk {begat} Jakob, en Jakob de twaalf aartsvaders.

Handelingen 7:32 {Zeggende}: Ik ben de God uwer vaderen, de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob. Toen beefde Mozes, en hij durfde niet zien.

Rom. 9:7 En omdat zij het zaad van Abraham zijn, zijn zij ook niet allen kinderen; maar: In Izak zal uw zaad genoemd worden.

Rom. 9:10 En niet alleen dit, maar toen ook Rebekka zwanger geworden was van één, zelfs van onzen vader Izak;

*Gal 4:28 Wij nu, broeders, gelijk Izak geweest is, zijn kinderen der belofte. Heb 11:9 Door het geloof woonde hij in het land der belofte, als in een vreemd land, en woonde in tabernakels met Izaäk en Jakob, die met hem erfgenamen waren van dezelfde belofte:

Heb 11:17 Door het geloof offerde Abraham, toen hij beproefd werd, Izaäk; en die de beloften ontvangen had, offerde zijn eniggeboren zoon. Jakobus 2:21 Was Abraham, onze vader, niet gerechtvaardigd uit werken, toen hij zijn zoon Izaäk op het altaar geofferd had?

VERZEN IN HET NIEUWE TESTAMENT MET "JACOB" ERIN

Matt 2:1 Abraham gewon Izaäk; en Izaäk gewon Jakob; en Jakob gewon Judas en zijn broederen;

Matt 1:15-16 En Eliud gewon Eleazar; en Eleazar gewon Matthan; en Matthan gewon Jakob; en Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit welken Jezus geboren is, Die genaamd wordt Christus.

Matth 8:11 En Ik zeg u, dat velen zullen komen van het oosten en van het westen, en met Abraham, en Izak, en Jakob, zullen zitten in het Koninkrijk der hemelen.

Matt 22:32 Ik ben de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob? God is niet de God van de doden, maar van de levenden.

Markus 12:26 En aangaande de doden, dat zij opstaan; hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God tot hem sprak in het braambos, zeggende: Ik ben de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob?

Lukas 1:33 En Hij zal heersen over het huis Jakobs in eeuwigheid, en aan Zijn koninkrijk zal geen einde zijn.

Lukas 3:34 Die was {de zoon} van Jakob, die was {de zoon} van Izak, die was {de zoon} van Abraham, die was {de zoon} van Terah, die was {de zoon} van Nachor,

Lukas 13:28 Er zal geween en tandengeknars zijn, wanneer gij Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten zult zien, in de koninklijke koepel Gods, en gij zult uzelven uitgedreven zien.

Lukas 20:37 Dat nu de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes bij het braambos getoond, toen hij de Here noemde de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob.

Johannes 4:5 Daarna kwam hij in een stad van Samaria, die Sychar genoemd wordt, nabij het stuk grond, dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven heeft.

Johannes 4:12 Zijt Gij groter dan onze vader Jakob, die ons den put gegeven heeft, en er zelf van gedronken heeft, en zijn kinderen, en zijn vee?

Handelingen 3:13 De God van Abraham, en van Izak, en van Jakob, de God onzer vaderen, heeft Zijn Zoon Jezus verheerlijkt; Die gij overgeleverd hebt, en Hem verloochend hebt in de tegenwoordigheid van Pilatus, toen deze vastbesloten was {hij} te laten gaan."

Handelingen 7:8 En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en alzo verwekte {Abraham} Izaäk, en besneed hem op de achtste dag; en Izaäk {begon} Jakob; en Jakob {begon} de twaalf aartsvaders.

Handelingen 7:12,15 Maar toen Jakob hoorde, dat er voedsel in Egypte was, zond hij onze vaderen het eerst uit. En ten tweeden male werd Jozef aan zijn broederen bekend gemaakt, en Jozefs geslacht werd aan Farao bekend gemaakt. Toen zond Jozef uit, en riep zijn vader Jakob tot zich, en al zijn verwanten, vijftien en zestig zielen. En Jakob ging heen naar Egypte, en stierf, hij en onze vaderen.

Handelingen 7:32 {Zeggende}: Ik ben de God uwer vaderen, de God Abraham, en de God Izak, en de God Jakobs. Toen beefde Mozes, en durfde niet zien.

Handelingen 7:46 Die gunst vond bij God, en verlangde een tabernakel te vinden voor de God van Jakob.

Rom 9:13 Gelijk geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat.

Rom 11:26 En alzo zal gans Israël zalig worden; gelijk geschreven is: Uit Sion zal de Bevrijder komen, en Hij zal de goddeloosheid van Jakob wegnemen:

Heb 11:9 Door het geloof woonde hij (Abraham) in het land der belofte, als in een vreemd land, en woonde in tabernakel met Izak en Jakob, die met hem erfgenamen waren van dezelfde belofte:

Heb 11:20 Door het geloof zegende Izaäk Jakob en Ezau over de toekomende dingen.

Heb 11:21 Door het geloof zegende Jakob, toen hij stervende was, de beide zonen van Jozef; leunende op de top van zijn staf.

VERZEN UIT HET NIEUWE TESTAMENT MET "ISRAËL" ERIN

Matt 2:6 En gij, Bethlehem, in het land Juda, zijt niet de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal een Landvoogd voortkomen, die mijn volk Israël zal regeren.

Matth. 2:20 Zeggende: Sta op, en neem het jonge kind en zijn moeder, en ga in het land Israels; want zij zijn dood, die het leven van het jonge kind gezocht hebben. En Hij stond op, en nam het jongelingetje en zijn moeder, en ging in het land Israels.

Matth. 8:10 Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich, en zeide tot degenen, die volgden: Voorwaar, Ik zeg u, zulk een groot geloof heb Ik niet gevonden, neen, niet in Israel.

Matth. 9:33 En als de boze uitgeworpen was, spalkten de stommen; en de scharen verwonderden zich, zeggende: Zo is het in Israel nog nooit gezien.

Matt 10:6 Maar ga liever tot de verloren schapen van het huis Israëls.

Matt 10:23 Maar wanneer zij u in deze stad vervolgen, vlucht naar een andere; want voorwaar, Ik zeg u: Gij zult over de steden Israëls niet gegaan zijn, totdat de Zoon des mensen gekomen zal zijn.

Matt 15:24 Maar Hij antwoordde en zeide: Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.

Matt 15:31 Zodat de schare zich verwonderde, als zij zagen, dat de stommen spraken, de verminkten gezond werden, de lammen wandelden, en de blinden zagen; en zij verheerlijkten den God Israels.

Matth. 19:28 En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon Zijner heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf stammen Israëls.
Matt 27:9 Toen werd vervuld hetgeen gesproken was door Jeremy, de profeet, zeggende: En zij namen de dertig zilverlingen, den prijs van hem, die getaxeerd werd, dien zij van de kinderen Israels getaxeerd hadden;

Matt 27:42 Hij redde anderen, maar zichzelf kan hij niet redden. Indien Hij de Koning Israëls is, laat Hem nu van het kruis afkomen, en wij zullen Hem geloven.

Markus 12:29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van alle geboden is: Hoor, Israël, de Here, onze God, is één Here:

Markus 15:32 Laat Christus, de Koning van Israël, nu neerdalen van het kruis, opdat wij zien en geloven. En zij, die met Hem gekruisigd waren, beschimpten Hem.

Lucas 1:16 En velen van de kinderen Israëls zal hij tot de Here, hun God, tumeren.

Lukas 1:54 Hij heeft Zijn knecht Israël geheiligd, ter gedachtenis aan {Zijn} barmhartigheid;

Lukas 1:68 Gezegend zij de Here, de God Israëls, want Hij heeft Zijn volk bezocht en verlost,

Lukas 1:80 En het kind groeide, en werd sterk van geest, en was in de woestijn, tot den dag Zijner overlevering aan Israel.

Lukas 2:25 En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze man was rechtvaardig en vroom, wachtende op de vertroosting van Israël; en de Heilige Geest was op hem.

*Duomo 2:32 Een licht om de volken te verlichten [etnos, dat ook van Israël wordt gebruikt], en de heerlijkheid van Uw volk= laos] Israël.

Lukas 2:34 En Simeon zegende hen, en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, dit {kind} is gesteld tot de val en wederoprichting van velen in Israël, en tot een teken, waartegen gesproken zal worden;

Lukas 4:25 Maar Ik zeg u in waarheid, dat vele weduwen in Israël geweest zijn in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaren en zes maanden gesloten was, toen grote hongersnood in het ganse land was;

*Lucas 4:27 En vele melaatsen waren in Israël ten tijde van Eliseüs, den profeet; en niemand hunner werd gereinigd, dan Naaman, den Syriër. [Dit zegt waar hij vandaan kwam, maar niet zijn ras].

*Lukas 7:9 Toen Jezus deze dingen hoorde, verwonderde hij zich over hem, keerde hem om en zeide tot het volk, dat hem volgde: Ik zeg u, zulk een groot geloof heb ik niet gevonden, neen, niet in Israël. [Deze centurio kan gemakkelijk geïdentificeerd worden als zijnde van Israëlitische afkomst].

Lukas 22:30 Opdat gij in mijn koninkrijk moogt eten en drinken aan mijn tafel, en zitten op tronen, oordelende de twaalf stammen Israëls. Maar wij vertrouwden, dat Hij het geweest was, Die Israël verlost had; en bovendien is heden de derde dag, sedert deze dingen geschied zijn.

Johannes 1:31 En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israël openbaar zou worden, daarom ben ik gekomen, dopende met water.

Johannes 1:49 Nathanaël antwoordde en zeide tot Hem: Rabbi, Gij zijt Gods Zoon; Gij zijt de Koning van Israel.

Johannes 3:10 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een meester van Israël, en weet gij deze dingen niet?

Johannes 12:13 Nam palmtakken, en ging Hem tegemoet, en riep: Hosanna; gezegend is de Koning Israëls, Die komt in den Naam des Heeren.

Handelingen 1:6 Toen zij dan samengekomen waren, vroegen zij Hem, zeggende: Here, wilt Gij te dezen tijd het Koninkrijk wedergeven?

Handelingen 2:22 Gij mensen van Israël, hoort deze woorden: Jezus van Nazareth, een man, die door God onder u goedgekeurd is door wonderen, wonderen en tekenen, die God door Hem in het midden van u gedaan heeft, zoals gij ook zelf weet:

Handelingen 2:36 Laat dan het ganse huis Israels zekerlijk weten, dat God dienzelfde Jezus, dien gij gekruisigd hebt, gesteld heeft tot Heere en tot Christus.

Handelingen 3:12 En toen Petrus dit zag, antwoordde hij tot het volk: Gij mannen van Israël, waarom verwondert gij u hierover? Of waarom kijkt gij zo ernstig naar ons, alsof wij door onze eigen kracht of heiligheid deze man hebben doen lopen? Handelingen 4:8 Toen zeide Petrus, vervuld met den Heiligen Geest, tot hen: Gij, oversten des volks, en oudsten van Israel.

Handelingen 4:10 Laat het u allen bekend zijn, en het ganse volk van Israël, dat door den naam van Jezus Christus van Nazareth, dien gij gekruisigd hebt, dien God uit de doden opgewekt heeft, {ook} door Hem staat deze man hier geheel voor u.

Handelingen 4:27 Want voorwaar, tegen Uw heilig Kind Jezus, hetwelk Gij gezalfd hebt, waren verzameld zowel Herodes, als Pontius Pilatus, met de volken, en het volk Israels.

Handelingen 5:21 En als zij dat hoorden, kwamen zij des morgens vroeg in den tempel, en leerden. Maar de hogepriester kwam, en zij, die bij hem waren, en riep den raad bijeen, en de ganse senaat der kinderen Israels, en zond naar de gevangenis, om hen te doen brengen.

Handelingen 5:31 Hem heeft God met Zijn rechterhand verhoogd {tot een Vorst en een Zaligmaker, om Israël bekering te schenken en vergeving der zonden.

Handelingen 5:35 En zeide tot hen: Gij mannen Israëls, neemt u in acht, wat gij van plan zijt met betrekking tot deze mannen te doen.

Handelingen 7:23 En als hij ten volle veertig jaren oud was, kwam het in zijn hart, zijn broederen, de kinderen Israels, te bezoeken.

Handelingen 7:37 Dit is die Mozes, die tot de kinderen Israels zeide: Een profeet zal de Here, uw God, u uit uw broederen verwekken, gelijk aan mij; hem zult gij horen.

Handelingen 7:42 Toen keerde God Zich om, en gaf hun over om het heir des hemels te aanbidden; gelijk geschreven is in het boek der profeten: 0 gij huis Israëls, hebt gij Mij slachtdieren en offeranden geofferd, veertig jaren in de woestijn?

*Handelingen 9:15 Maar de Here zeide tot hem: Ga heen, want hij is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor het aangezicht der heidenen [=volkeren, of natiën], en koningen, en de kinderen Israëls:

Handelingen 10:36 Het woord, dat God gezonden heeft tot de kinderen Israëls, predikende de vrede door Jezus Christus: (Hij is de Heer van allen).

Handelingen 13:16 Toen stond Paulus op, en wenkte met {zijn hand}, zeggende: Mannen Israëls, en gij, die God vreest, luistert. De God van dit volk Israëls verkoos onze vaderen, en verhief het volk, toen het als vreemdelingen in Egypteland woonde, en met een hoge arm bracht Hij hen daaruit.

Handelingen 13:33 God heeft aan ons, hun kinderen, hetzelfde volbracht, doordat Hij Jezus heeft opgewekt; gelijk ook geschreven staat in de tweede psalm: Gij zijt mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt. En wat betreft het feit, dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, om nu niet meer tot het verderf terug te keren, zeide Hij daaromtrent: Ik zal u de zekere barmhartigheden van David geven.

Handelingen 21:28, roepende: Mannen van Israël, help: Dit is de man, die alle mensen overal bedriegt tegen het volk, en de wet, en deze plaats; en verder ook Grieken in de tempel heeft gebracht, en deze heilige plaats verontreinigd heeft.

Handelingen 28:20 Daarom heb ik u geroepen, om u te zien, en met u te spreken; omdat ik om de hoop Israëls met deze keten gebonden ben.

*Romeinen 9:6: Niet alsof het woord Gods geen uitwerking heeft gehad. Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn:

Rom 9:27 Ook roept Esaias over Israël: Al was het getal der kinderen Israëls als het zand der zee, een overblijfsel zal behouden worden: Rom. 9:31 Maar Israël, dat de wet der gerechtigheid nagevolgd heeft, is tot de wet der gerechtigheid niet gekomen.

Rom 10:1 Broeders, mijn hartenwens en gebed tot God voor Israël is, dat zij behouden mogen worden.

*Rom 10:19 Maar ik zeg: Wist Israël het niet? Eerst zeide Mozes: Ik zal u tot jaloersheid verwekken door een volk, dat geen volk is, en door een dwaas volk zal Ik u toornig maken.

Rom 10:21 Maar tot Israël zegt Hij: De ganse dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en wederspannig volk.

Rom 11:2 God heeft zijn volk, dat Hij tevoren heeft gekend, niet verstoten. Weet gij niet, wat de Schrift van Elias zegt? Dat hij voorbede tot God doet tegen Israël, zeggende,

Rom 11:7 Wat dan? Israël heeft niet verkregen, hetgeen het zoekt, maar de uitverkiezing heeft het verkregen, en de overigen waren verblind.

Rom. 11:25 Want ik wil niet, broeders, dat gij deze verborgenheid niet weet, opdat gij niet wijs zijt in uw eigen verstand; dat de blindheid ten dele Israël geschied is, totdat de volheid der volken zal ingekomen zijn.

En alzo zal gans Israël zalig worden; gelijk geschreven staat: Uit Sion zal de Bevrijder komen, die de goddeloosheid van Jakob zal wegnemen.

1 Kor 10:18 Zie, Israël naar het vlees; zijn niet zij, die van de offeranden eten, deelgenoten van het altaar?

2 Cor 3:7 Maar indien de bediening des doods, in stenen geschreven en gegraveerd, heerlijk was, zodat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden staande aanschouwen naar de heerlijkheid zijns aangezichts; welke heerlijkheid weggedaan moest worden:

2Kor 3:13 En niet gelijk Mozes, die een gordijn over zijn aangezicht legde, opdat de kinderen Israels het einde van hetgeen afgeschaft is, niet met aandacht aanschouwen konden:

*Gal 6:16 En zovelen als er naar deze regel wandelen, vrede zij over hen, en barmhartigheid, en over het Israël Gods. *

*Ef 2:12 Dat gij te dien tijde zonder Christus waart, zijnde vreemdelingen uit het gemenebest Israël, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld:

Fil 3:5 De achtste dag besneden, van het geslacht Israëls, uit de stam Benjamin, een Hebreeër der Hebreeën, wat de wet betreft een Farizeeër; Hebr 8:8 Want hun de schuld gevende, zegt hij: Zie, de dagen komen, spreekt de Here, dat Ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis Israëls en met het huis van Juda: Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb, ten dage, toen Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; omdat zij niet in Mijn verbond volhardden, en Ik hen niet aanzag, zegt de Here. Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, spreekt de Here; Ik zal Mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal ze in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn:

Heb 11:22 Door het geloof heeft Jozef, als hij gestorven was, het verlaten der kinderen Israëls vermeld; en hij heeft gebod gegeven aangaande zijn gebeente. Openb. 2:14 Doch ik heb een paar dingen tegen u, omdat gij daar hebt, die de leer van Balaam aanhangen, die Balac geleerd heeft een steen des aanstoots te werpen voor de kinderen Israels, om te eten hetgeen aan afgoden geofferd is, en om hoererij te bedrijven.

Openb. 7:4 En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: {En er waren vierduizend verzegelden, honderdveertig, uit al de stammen der kinderen Israels.

Openb. 21:12 En zij hadden een muur, groot en hoog, en twaalf poorten, en aan de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welke zijn de namen van de twaalf stammen der kinderen Israels:

Joodse geleerden weten dat zij zelf geen Israëlieten zijn, dus als veiligheidsklep proberen zij zich te verschuilen achter de mythe van de verloren tien stammen, en hopen dat ons volk hen zal verwelkomen als overblijfselen van de twee stammen. Maar 2 Koningen 17 laat zien dat alle 12 stammen door de Assyriërs werden ingenomen, het waren slechts drie steden die niet konden worden ingenomen.

DE HUIDIGE IDENTITEIT VAN ISRAËL ALS VOLK

Vier citaten uit Joodse bronnen kunnen persoonlijk hulp bieden aan hen die hebben leren geloven dat het woord "Joden" altijd betrekking heeft op Israëlieten, en die zich misschien afvragen waar zij in het plaatje passen.

1. Uit Alfred M. Lilienthal's boek "What Price Israel". "Hier is een paradox: een antropologisch feit, veel christenen hebben meer Hebreeuws-Israëlitisch bloed in hun aderen dan hun Joodse buren."

2. De Joodse auteur Yair Davidy vertelt in zijn boek "The Tribes - Israelite Origins of Western Peoples" [Voorwoord van Rabbi A. Field] in veel detail dat de Saksische mensen Israël zijn, hoewel hij de Armstrong en Britse Israël lijn van de 10 verloren stammen pusht, waarbij de 2 stammen Joden zijn en de Duitsers als Assyriërs. De werkelijkheid is dat de Duitsers vooral Juda en Gad zijn (Goth is een afkorting van Gut-thiuda, Gad's troepen. Thiuda-troepen), Thiuda-Teut-Duit-Deut; Duits-Troepvolk, namelijk van Gad). De huidige Joden zijn in feite Assyriërs.

3.De Joodse schrijver Harry Golden schreef in 1967: "Jesaja de profeet schreef dat het overblijfsel van Jahweh's volk gevonden zou worden op de Eilanden van de zee."

4. Joodse Encyclopedie Val. 2, P250 De Sacae of Scythen (Saksen), zijn de verloren tien stammen van Israël. (Let nogmaals op de 10 stammen onzin en dat het een Joodse van horen zeggen is)

Wie is een leugenaar, behalve hij die ontkent dat Jezus de Christus is, d.w.z. de Joden en hun proselieten. Dus zelfs als zij bekennen dat Saksen Israëlieten zijn, moeten zij liegen om in beeld te komen. Sorry, een Edomiet is nog steeds een Edomiet bij elke andere naam. Kaukasië was de plaats waar het Huis van Israël met 12 stammen in gevangenschap was. Dit is waar het woord "Kaukasisch" dat we vandaag de dag gebruiken als een raciale beschrijving begon. De migraties naar de Britse eilanden en Europa zijn goed gedocumenteerd. De door Harry Golden genoemde eilanden liggen ten noorden en westen van Palestina, d.w.z. het Verenigd Koninkrijk. De lezer is waarschijnlijk Kaukasisch, Angelsaksisch, Keltisch of Noors, van wie kan worden aangetoond dat zij Israëlieten zijn, afgezien van de blanke Jafethische en Edomische inhoud-[Genesis 9:27 en 16:12], en de voor de hand liggende buitenstaanders, die zich onder hen hebben bewogen.

4. Joodse Encyclopedie Val. 2, P250 De Sacae of Scythen (Saksen), zijn de verloren tien stammen van Israël. (Let nogmaals op de 10 stammen onzin en dat het een Joodse van horen zeggen is)

Wie is een leugenaar, behalve hij die ontkent dat Jezus de Christus is, d.w.z. de Joden en hun proselieten. Dus zelfs als zij bekennen dat Saksen Israëlieten zijn, moeten zij liegen om in beeld te komen. Sorry, een Edomiet is nog steeds een Edomiet bij elke andere naam. Kaukasië was de plaats waar het Huis van Israël met 12 stammen in gevangenschap was. Dit is waar het woord "Kaukasisch" dat we vandaag de dag gebruiken als een raciale beschrijving begon. De migraties naar de Britse eilanden en Europa zijn goed gedocumenteerd. De door Harry Golden genoemde eilanden liggen ten noorden en westen van Palestina, d.w.z. het Verenigd Koninkrijk. De lezer is waarschijnlijk Kaukasisch, Angelsaksisch, Keltisch of Noords, van wie kan worden aangetoond dat zij Israëlieten zijn, afgezien van de blanke Jafethische en Edomische inhoud-[Genesis 9:27 en 16:12], en de voor de hand liggende buitenstaanders, die zich onder hen hebben bewogen. In de Goddelijke voorkennis bezit het ware Israëlitische nageslacht de inherente charismatische eigenschappen van de "geest", die God heeft bestemd om te worden gebruikt voor het brengen van vrede in de wereld en het neerwerpen van kwade bolwerken (namelijk de triade) over ons volk, onder de rechtvaardige heerschappij van Jezus Christus.

Aan het begin van het hoofdstuk werd opgemerkt: "De Here, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob, heeft mij tot u gezonden; dit is mijn naam tot in eeuwigheid en dit is mijn gedachtenis tot in alle geslachten."(van Abrahams verwanten). Wij kunnen hieraan het volgende toevoegen:

Jesaja 43:3-7 "Want Ik ben de Here, uw God, de Heilige Israëls, uw Verlosser: Want Ik heb hem geschapen tot Mijn heerlijkheid, Ik heb hem geformeerd, ja, Ik heb hem gemaakt. ''

Rom 9:18 Daarom ontfermt Hij Zich over wie Hij wil, en wie Hij wil, verhardt Hij.

Deze Bijbelse discriminatie of verkiezing en roeping op grond van ras, zoals blijkt uit het laatste vers, is wat de kerken bestrijden. Dit is de reden waarom de denominaties nog steeds "fouten vinden" en strijden om vast te houden aan hun interpretatie van de 19 van de 150 verzen waarin de woorden Abraham, Izaäk, Jakob en Israël voorkomen. Wanneer zij bidden en de "Naam des Heren" aanroepen, denken zij in hun gedachten dat God de Baäl [Heer] van alle rassen is, zoals de valse profeten deden op de berg Karmel. Maar Elia riep de God van Abraham, Izaäk en Jakob aan, en het vuur verzwolg het offer. Vandaar de leer van Elia; de leer van de exclusiviteit van Israël. Denominaties geven een verzonnen betekenis aan het woord "heidenen" en houden vast aan "de hele wereld" als betekenis "de hele bewoonde aarde" in plaats van aan de beperking van "de hele kosmos van Israël". Het woord "wereld" is niet "oikoumene" ! De gemeente is geroepen uit Israël; dat wil zeggen, de huios = 'zonen' van Israël zijn geroepen uit de teknon = 'kinderen' van Israël. Velen van Israël zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.

Hosea 2:16-17 [sprekend over Israël] En het zal te dien dage zijn, spreekt de HEERE, dat gij Mij zult noemen lshi, en Mij niet meer zult noemen Balli. Want Ik zal de namen van Baälim uit haar mond wegnemen, en zij zullen niet meer bij hun naam herinnerd worden.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}

Over mezelf

In 2011 kwam ik in aanraking met de Israël Waarheid. Ik heb daarvoor vele kerken en bijeenkomsten bijgewoond. Maar toch besefte ik dat er iets niet klopte. Dankzij Kolonel G.J. van Loon, die helaas in 2018 is overleden, kwam ik tot ontdekking hoe ik de Bijbel moest lezen. De Bijbel is niet langer een gesloten boek voor mij waardoor alle woorden in de Bijbel logisch te verklaren zijn. Ik leerde dat de Bijbel een geschiedenisboek is door en voor Israël!


Volg mij op:

Heb je deze artikelen al gelezen?


De verborgen wortels van de Sefardim en Asjkenazith joden
Aan wie overvloeit de genade?
De puddingtest
Hoe weten we wanneer een verlosser komt?
Waarom de Oude Blanke Rijken Vielen
Verbindingen door middel van de Tong
Het vinden van het etnische lanceerplatform
Het volk van Dale, de Kalash
Het lot van het Chinees-Keltische overblijfsel
De val van Keltisch Midden-Azië
>